Naar een nieuw partnerschapsmodel met woonmaatschappijen
Visietraject
Wonen in Vlaanderen en Initia organiseren samen een visieoefening over de toekomstige samenwerking van het agentschap met de woonmaatschappijen. We willen met alle betrokkenen uit de sector in gesprek gaan en tot een gezamenlijk gedragen visie komen, die de richting voor de toekomst aangeeft.
Kernvraag
Het agentschap Wonen in Vlaanderen heeft als missie samen met zijn partners het recht op wonen mogelijk te maken voor alle inwoners van Vlaanderen. Het sociale huisvestingsbeleid is daarvoor één van de voornaamste middelen. De uitvoering van dit beleid gebeurt lokaal, door woonmaatschappijen die zelfstandige vennootschappen zijn, en waarvan de lokale overheden de voornaamste aandeelhouders zijn.
De Vlaamse overheid investeert veel middelen in sociaal wonen, dus wil er ook zeker van zijn dat die middelen goed besteed worden. De woonmaatschappijen hebben de kennis en ervaring, maar zijn ook gebaat bij een goede dienstverlening vanuit het agentschap en bij kennisdeling met de andere woonmaatschappijen.
De vraag waar we ons hier over buigen, is hoe heel dit systeem zo soepel mogelijk kan draaien, met het oog op zo goed mogelijke resultaten voor de burger.
Modellen
Om het gesprek hierover te voeren, maken we gebruik van twee modellen uit de bestuurskunde: hiërarchie en netwerk.
Hiërarchisch model

Het hiërarchisch model is de traditionele manier van sturing. De hogere overheid (hier de Vlaamse overheid) legt de verwachtingen en verplichtingen van de actoren op het terrein (de woonmaatschappijen) vast in regels, controleert die regels en handhaaft ze. Het gaat dus over een top-down sturing, waarbij regulering en controle centraal staan.
Deze manier van sturen heeft een aantal voordelen. Ze maakt duidelijk wat wordt verwacht van de woonmaatschappijen en vermindert het risico dat er op het terrein iets fout loopt. Toch lijkt dit model meer en meer op zijn grenzen te botsen. De samenleving wordt immers alsmaar complexer. Nieuwe uitdagingen leiden vaak tot bijkomende regels die de nieuwe situatie beter willen vatten, maar dat lokt dan weer andere regels uit. Het wordt dan moeilijk om alle regels te kennen, maar ook om de toepassing te controleren en te handhaven.
Bovendien lijkt deze manier van sturen niet goed te werken in een snel veranderende samenleving. Als iets niet past in de regels, kunnen actoren minder snel reageren op kansen die zich aandienen. Het remt zo ook vernieuwing. Daarnaast kan het verantwoordelijkheid wegnemen bij de actoren vanuit de houding: “zolang de regels gevolgd worden, is het goed”.
Netwerkmodel (of partnerschap)

In een netwerkmodel (of partnerschap) is er geen top-down sturing, maar wederzijdse afhankelijkheid tussen overheid en actoren. Ze voelen zich samen verantwoordelijk voor de resultaten op het terrein en overleggen hoe ze het meest optimale resultaat kunnen bekomen. Er wordt minder gestuurd op regels. De rol van de hogere overheid verschuift van regels maken, controleren en handhaven naar ondersteuning en dienstverlening. Regels en afspraken blijven nodig, maar komen tot stand na overleg, waardoor ze ook meer gedragen worden.
Dit model wordt beter geschikt geacht in complexe omgevingen. Het stimuleert kennisdeling, laat meer flexibiliteit en maatwerk toe, en biedt meer ruimte voor vernieuwing. Daar tegenover staat dat het beslissingsproces trager kan verlopen en de afspraken of verantwoordelijkheden minder duidelijk kunnen zijn. Het model werkt ook maar goed als er voldoende onderling vertrouwen is. Als we naar dit model willen gaan, zullen we dus hard moeten werken aan vertrouwen, van de woonmaatschappijen in het agentschap, en omgekeerd.
In welk model zitten wij met de sociale huisvesting?
Beide modellen zijn theoretische benaderingen. In de praktijk komen ze zelden in zuivere vorm voor en gaat het meestal om een combinatie. Ook in de huidige Vlaamse sociale huisvesting zien we die combinatie. We komen duidelijk uit een traditie van hiërarchische sturing, maar evolueerden al sterk in de richting van het partnerschap. Heel wat goedkeuringsprocedures werden vereenvoudigd of zelfs afgeschaft en nieuwe vormen van ondersteuning voor woonmaatschappijen en lokale besturen werden uitgebouwd. Gemeenten kregen ook gaandeweg meer mogelijkheden om de sociale huisvesting mee te sturen vanuit hun lokale beleidsdoelen. Toch zien we soms nog bewegingen terug in de richting van hiërarchische sturing, en blijft de regelgeving bijvoorbeeld nog erg gedetailleerd.
Meedenken over de richting
Het visietraject wil stilstaan bij de relatie tussen de Vlaamse overheid en de woonmaatschappijen. We onderzoeken de vraag of we verder willen evolueren naar een partnerschap waarin gezamenlijke verantwoordelijkheid en vertrouwen centraal staan.
Om tot een gedragen visie te komen doen we een brede oproep bij medewerkers van Wonen in Vlaanderen en van de sector om mee te denken.
Binnen het agentschap gaven we het startschot begin juni 2026. Medewerkers kregen de kans om hun ervaringen en ideeën te delen via een online antwoordformulier. Tijdens de zomermaanden zijn er gesprekken met afdelingshoofden, leidinggevenden en medewerkers die rechtstreeks contact hebben met woonmaatschappijen of een ondersteunende functie hebben.
Eenzelfde aanpak volgen we voor de woonmaatschappijen. We geven het startschot tijdens een live webinar op 11 september. Daarna krijgen alle medewerkers van woonmaatschappijen die vanuit hun functie samenwerken met Wonen in Vlaanderen of Initia de kans om hun ervaringen te delen via een online formulier. Dit vormt opnieuw de basis voor verdiepende gesprekken in de loop van september en oktober.
In deze eerste fase van het traject is het belangrijk dat naar boven kan borrelen wat er leeft. Op basis daarvan werken Wonen in Vlaanderen en Initia in het najaar een aanzet tot visie uit. Deze ontwerpvisie toetsen we tijdens enkele collectieve overlegmomenten, waarbij we ook de gemeenten zullen betrekken via VVSG.
We informeren woonmaatschappijen en lokale besturen ook over de stand van zaken in een sessie op de studiedag WOON26 van Wonen in Vlaanderen, op 4 december.
Alle reflecties nemen we mee in een finale visietekst tegen begin 2027. Als er daarover een consensus kan ontstaan, vertalen we in de volgende stap die vernieuwde visie naar de praktijk. Dat kan bijvoorbeeld door dit kader te gebruiken als toetssteen voor beslissingen en al enkele heel concrete projecten op te starten.
Stuurgroep en contact
Een stuurgroep volgt het visietraject op. Daarin zitten vertegenwoordigers van het agentschap Wonen in Vlaanderen en van Initia, onder voorzitterschap van Benediekt Van Damme, administrateur-generaal van Wonen in Vlaanderen.
Sien Winters, stafmedewerker bij Wonen in Vlaanderen, leidt de visieoefening en het participatieproces, en zal ook de gesprekken voeren.
Contactgegevens Initia: cil.cuypers@initia.vlaanderen

